West-Frisia

Koersen met je hart

Een grote voorliefde voor aanvallende coureurs, heb ik al vanaf het moment dat wielrennen op TV een enigszins begrijpelijk werd. Renners als een jong veulen. Renners die er vol overgave ongeremd in knallen. Renners die niet bij voorbaat gaan nadenken aan de pijn die ze zichzelf met hun strijdwijze direct of later in koers aandoen. Renners die bovenal koersen met hun hart.

Een aanvallende strijdwijze wordt veelal niet beloond. Oneindig beuken aan kop loopt maar zelden uit op succes. Het peloton keert vooraan terug en de zich immer verstoppende leperiken beschikken aan het slot van de koers over meer energie en reserves, waarmee ze de wedstrijd in hun voordeel weten te beslissen.

Het lastige is dat het met je benen net zo werkt om met vrouwen. Des te vaker ze je pijn hebben gedaan, des te voorzichtiger je wordt. Renners die al lange tijd in het peloton rondrijden, smijten dan ook niet meer met hun krachten. De pijn heeft te vaak toegeslagen. Verstoppend achter de noemer ‘tactisch vernuft’ verschuilt de ervaren renner zich achter zijn almaar zuiniger koersgedrag. Kijken, roepen, tactisch zuinig mee schuiven om vooral maar niet dat trapje extra te hoeven doen. Alles op de pijn maar zo veel mogelijk uit te stellen, of liefst nog, helemaal te ontlopen.

Gelukkig bestaan er ook renners van de oude garde die nog wel durven koersen. Ervaren coureurs die als een niet-nadenkende jonge honden er zonder enige terughoudendheid invliegen. En dat is maar goed ook. Voor jonge renners blijven aanvallende coureurs het beste voorbeeld. Aanvallen is dan ook de aangewezen manier om je eigen motor verder te vergroten.

En, zeker belangrijk in de criteriums, wielrennen is entertainment. Voor het publiek is het veel leuker om te kijken naar een paar doldwaze aanvallers, dan een angstig afwachtend peloton.

Dus, gas op die lolly!